In 2025 was bij 71 procent van de mensen de hoeveelheid PFAS in het bloed hoger dan de gezondheidskundige grenswaarde. Dat blijkt uit nieuw RIVM-onderzoek. In het vorige onderzoek met bloed uit 2016 en 2017 was dit nog bij vrijwel iedereen het geval. Om de hoeveelheid PFAS die mensen binnenkrijgen verder te verlagen, is een brede aanpak nodig die zich richt op alle PFAS en alle bronnen van blootstelling.
Wat de gevonden hoeveelheden PFAS precies betekenen voor de persoonlijke gezondheid kan het RIVM met dit onderzoek niet zeggen. Mensen worden niet meteen ziek door PFAS. Wel is bekend dat PFAS effect kan hebben in het lichaam. Het immuunsysteem kan bijvoorbeeld minder goed gaan werken. De effecten zijn afhankelijk van de hoeveelheid PFAS, hoe lang de blootstelling duurt en de persoonlijke gezondheidssituatie.
Landelijk nog te veel PFAS in bloed, met name PFOS
In totaal onderzocht het RIVM het bloed van 967 mensen. Bijna alle deelnemers hadden tenminste vier PFAS in het bloed. Dit zijn PFOA, PFNA, PFHxS en PFOS. De hoeveelheid PFOS is het hoogst, gevolgd door PFOA.
Het RIVM keek ook naar de hoeveelheid van 10 PFAS samen. Daaruit blijkt dat 71 procent van de volwassenen meer PFAS in het bloed heeft dan de gezondheidskundige grenswaarde. Dit is een kleinere groep dan in het vorige bloedonderzoek. Dat er nu minder PFAS in het bloed zit, past bij de dalende hoeveelheden in bloed die in West-Europa te zien zijn.
Aandacht voor regio’s Dordrecht en Westerschelde
Het RIVM had in dit onderzoek extra aandacht voor de regio’s rond Chemours en de Westerschelde. In deze regio’s worden inwoners al langere tijd aan meer PFAS blootgesteld. Dit kan onder andere komen door de uitstoot van fabrieken.
Het RIVM onderzoekt nu in de wetenschappelijke literatuur wat bekend is over mogelijke effecten op de gezondheid als de concentratieniveaus van PFAS in bloed hoger zijn dan de grenswaarde. Het RIVM onderzoekt ook of bepaalde gezondheidseffecten die met PFAS te maken kunnen hebben, in deze regio’s vaker voorkomen.
Regionaal hogere meetwaarden
In Zeeuws-Vlaanderen zijn in 2025 voor het eerst bloedmetingen gedaan. Bij deze deelnemers zijn verhoogde hoeveelheden gevonden van zeven PFAS: PFOA, PFNA, PFDA, PFUnDA, PFHpS, PFHxS en PFOS. De grootste verschillen werden gevonden voor PFOS en PFHpS, tot 7 keer meer dan in de rest van Nederland. Wat de oorzaak hiervan is blijkt niet uit dit onderzoek.
Ten noorden van de Westerschelde zijn de meetwaarden voor PFNA, PFDA en PFOS, tot maximaal 2 keer zo hoog als in de rest van Nederland. Wel zijn deze meetwaarden lager dan in het vorige onderzoek met bloed uit 2016 en 2017.
Rond Chemours in Dordrecht is de PFOA-waarde opnieuw licht verhoogd ten opzichte van de rest van Nederland. De gemeten PFOA-waarden zijn lager dan in het vorige onderzoek. Net als in het vorige onderzoek is GenX (HFPO-DA) niet in het bloed gevonden.
Brede aanpak nodig van overheid en bedrijven
Om de hoeveelheid PFAS die mensen binnenkrijgen verder te verlagen, is een brede aanpak nodig die zich richt op alle PFAS en alle bronnen van blootstelling.
Sinds 2024 staan alle PFAS in Nederland op de lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Bedrijven zijn dan verplicht om de uitstoot en het gebruik van deze stoffen te minimaliseren.
Overheden kunnen met wetgeving de productie en het gebruik van PFAS beperken. Zo ligt er op Europees niveau een voorstel voor een breed verbod op PFAS onder de REACH-wetgeving. Dit verbod moet er op termijn voor zorgen dat de blootstelling aan PFAS via voedsel, drinkwater en milieu afneemt.
Het RIVM adviseert om PFAS in bloed de komende jaren regelmatig te blijven meten. Daarmee kan worden gevolgd of maatregelen van overheid en bedrijven daadwerkelijk effect hebben.
PFAS-onderzoeksprogramma
Dit is het 3e onderzoek van het RIVM naar PFAS in de mens. De twee onderzoeken naar PFAS in bloed geven samen met het onderzoek naar PFAS in moedermelk een goed beeld van hoeveel PFAS mensen in Nederland in hun lichaam hebben.
Dit onderzoek maakt deel uit van het PFAS-onderzoeksprogramma. Het doel van dit programma is om in beeld te krijgen hoe de blootstelling van de Nederlandse bevolking aan PFAS verminderd kan worden. Daarvoor onderzoekt het RIVM hoeveel en op welke manieren mensen PFAS binnenkrijgen. Ook onderzoeken we hoeveel PFAS er in het milieu en de mens zitten. Het PFAS-onderzoeksprogramma is een opdracht van de ministeries van Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).